Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AR3682

Datum uitspraak2004-08-18
Datum gepubliceerd2004-10-12
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers20.001713.04
Statusgepubliceerd


Indicatie

In dit geval blijkt uit de stukken van het geding wel van een onherroepelijk vonnis waarbij de verdachte is veroordeeld tot een ontzegging van de rijbevoegdheid, doch blijkt niet dat aan hem in persoon het in artikel 180, derde lid, Wegenverkeerswet 1994 bedoelde schrijven is uitgereikt. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat ten tijde van het ten laste gelegde besturen de opgelegde ontzegging ten uitvoer werd gelegd en het voor de verdachte mitsdien verboden was op de weg een motorrijtuig te besturen. Om deze reden zal het hof het onderzoek ter zitting heropenen en de behandeling hervatten op 20 oktober 2004 te 15.30, met opdracht aan de advocaat-generaal om de stukken van het geding aan te vullen met een afschrift van het bedoelde schrijven en de bijbehorende akte van betekening.


Uitspraak

parketnummer : 20.001713.04 uitspraakdatum : 18 augustus 2004 tegenspraak; GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH meervoudige kamer voor strafzaken T U S S E N A R R E S T gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Maastricht van 8 maart 2004 in de strafzaak onder parketnummer 03/300015-04 tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Ghana), op [geboortedatum] 1964, wonende te [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld. Het onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep. Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Naar aanleiding van de behandeling van de zaak ter terechtzitting en de stukken van het geding merkt het hof het volgende op. Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij, terwijl ‘hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen is ontzegd (…) gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid is ontzegd’ op de weg een motorrijtuig heeft bestuurd. Voor het bewijs van de geciteerde bestanddelen van artikel 9, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994 dient uit de stukken te blijken: - van de onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij aan de verdachte de ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd, en - van de uitreiking in persoon van het schrijven als bedoeld in artikel 180, derde lid, Wegenverkeerswet 1994, waarin aan de verdachte wordt medegedeeld wanneer de ontzegging ingaat, de duur van de ontzegging, de plicht om het rijbewijs in te leveren en de consequenties van schending van deze verplichting. In dit geval blijkt uit de stukken van het geding wel van een onherroepelijk vonnis waarbij de verdachte is veroordeeld tot een ontzegging van de rijbevoegdheid, doch blijkt niet dat aan hem in persoon het in artikel 180, derde lid, Wegenverkeerswet 1994 bedoelde schrijven is uitgereikt. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat ten tijde van het ten laste gelegde besturen de opgelegde ontzegging ten uitvoer werd gelegd en het voor de verdachte mitsdien verboden was op de weg een motorrijtuig te besturen. Om deze reden zal het hof het onderzoek ter zitting heropenen en de behandeling hervatten op 20 oktober 2004 te 15.30, met opdracht aan de advocaat-generaal om de stukken van het geding aan te vullen met een afschrift van het bedoelde schrijven en de bijbehorende akte van betekening. B E S L I S S I N G: Het hof: Beveelt dat het onderzoek in deze zaak zal worden hervat ter terechtzitting van 20 oktober 2004 te 15.30. Beveelt de oproeping van de verdachte tegen die datum en dat tijdstip. Beveelt de oproeping van een tolk in de Engelse taal tegen die datum en dat tijdstip. Beveelt dat de raadsman van de verdachte van die nadere terechtzitting in kennis wordt gesteld. Stelt de stukken in handen van de advocaat-generaal bij dit hof, teneinde deze in de gelegenheid te stellen uitvoering te geven aan het vorenstaande. Dit arrest is gewezen door Mr. Ficq, als voorzitter Mrs. De Poorter en Simmelink, als raadsheren in tegenwoordigheid van Dhr. De Jonge, als griffier. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 augustus 2004. Mr. Simmelink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G zaaknr.: 07 tijd : 15.30 verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Ghana), op [geboortedatum] 1964, wonende te [adres], Is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Maastricht van 8 maart 2004 ter zake van: "Overtreding van artikel 9, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994"; veroordeeld tot: 3 wkn. gev.straf OV., ad 13/117184-02 VTVV: tul. van de gev.straf voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam d.d. 04 april 2003 te weten: 3 wkn. gev.straf;